Home Orgel De eerste grote restauratie (1954-55)
De eerste grote restauratie (1954-55)

 

orgel_1955
Na de tweede wereldoorlog waren kerk en orgel in een deplorabele toestand komen te verkeren, zodat restauratie hoogst noodzakelijk werd. In plaats van eerst de kerk te restaureren paktemen het orgel alvast aan. Deze restauratie werd in 1954-55 uitgevoerd door de firma Ernst Leeflang uit Apeldoorn, met als adviseur dr. Maarten Albert Vente. In 1955 werd de orgelkast hersteld. De aanwezige donkere houtimitatie-beschildering werd overgeschilderd in Pruisisch blauw. De grote adelaar die nu in de kerk tegen de zuidmuur hangt, hing vóór 1955 onder de middentoren. In plaats daarvan werd een nieuwe cule de lampe gemaakt in bijpassende stijl van de twee aanwezige. Verder werden de beide manuaalwindladen gerestaureerd en de pedaallade na ampel beraad nieuw gemaakt met een grotere omvang C-d1. Alle pedaalpijpwerk van f#0-d1 werd daarvoor nieuw bijgemaakt.

De kennis van historische orgelbouw stond in 1955 nog in de kinderschoenen. De restauratie van dit orgel had een hoog experimenteel karakter. Toch werd kwalitatief relatief goed werk geleverd. Het oude klankbeeld werd niet, zoals gebruikelijk in die tijd,  geheel gewijzigd. Wel werd alles dusdanig aangepast, dat toch van een deels nieuw orgel sprake was. Omdat het orgel op de monumentenlijst stond konden de werkzaamheden worden uitgevoerd met subsidie van Rijk en Provincie. Het orgel werd op 7 april 1955 opnieuw in gebruik genomen.

Bij deze restauratie  kreeg het orgel de volgende dispositie:
Hoofdwerk C-f´´´ Bovenwerk C-f´´´ Pedaal C-d´
Prestant  disc. db.  8´  (O/L) Prestant  disc. db. 4’  (O/L) Bourdon   16´    (O/L)
Holpijp                    8´  (O) Holpijp                   8´  (O) Holpijp   8´         (O/L)
Octaaf                    4´  (O) Quintadeen           8´  (L) Octaaf     4´       (O/L)
(Gedekt)Fluit          4´  (O) Fluit douce            4´  (O
Open Fluit              2´  (O) Superoctaaf          2´  (O) 2 afsluiters        (O)
Sesquialter             II   (L) Speelfluit              2´  (O) Ventiel               (O)
Mixtuur       II-III-IV   (O/L) Spitsfluit          1 1/3’  (O/L) Tremulant
Trompet                  8´  (L) Scherp             III-IV   (L) (pneumatisch    (L)
Kromhoorn             8´ (L)
Schuifkoppel manuaal    (O) (op kantsleep)
2 pedaalkoppels             (L)

O  = Historisch pijpwerk en overig materiaal, in 1847 aanwezig

L  = Pijpwerk Leeflang 1955

Winddruk: 75 mm

Stemming:  evenredig zwevend