Preken
17 september - ds. Ari Troost Afdrukken

I.
Helden van vroeger vallen nu van hun voetstuk. In het zuiden van de Verenigde Staten worden de standbeelden van generaals, die in de burgeroorlog van de 19de eeuw aan de verkeerde kant stonden, met hoogwerkers van hun sokkel getild en verwijderd. Zij verdedigden immers een samenleving die stond voor slavernij. Een samenleving, het zuiden van de Verenigde Staten, die ook daarna nog doorging met het onderdrukken van zwarte mensen. Tot woede van tal van witte mensen worden de beelden nu verwijderd, omdat ze kwetsend zijn voor zwarte mensen en omdat ze een verleden van onderdrukking verheerlijken.

Het is slechts een voorbeeld. Ook bij ons is er discussie over standbeelden en straten genoemd naar mensen die achteraf helemaal niet zo goed zijn geweest als we dachten. Misschien herinnert u zich het Rotterdamse cultuurcentrum Witte de With, genoemd naar de straat, genoemd naar de zeeheld, die in de gouden eeuw zeer dubieuze koloniale zaken bevocht. Dat kan niet meer, daarom heeft het centrum die naam geschrapt.

Namen kun je schrappen, beelden verwijderen. Maar wat blijft is onze eigen geschiedenis, die helemaal niet zo heldhaftig en beschaafd is geweest als ons vroeger is geleerd. We worden ons daar moeizaam van bewust. Sommige mensen willen het niet horen, die worden boos en beginnen over traditionele waarden en de uitverkoop van onze cultuur. Anderen vinden dat je aan de goede kant moet staan, moet kiezen tegen racisme, tegen neokolonialisme. Eigenlijk worden wij zelf van onze veilige en zelfverzekerde sokkel getrokken. Telkens worden we geconfronteerd met de noodzaak keuzes te maken. Dat maakt ons onzeker en het verdeelt onze samenleving diep.

Hoe gaan we, bijvoorbeeld, om met de toestroom van migranten? Hoe ver gaan we met onze ooit zo geprezen godsdienstvrijheid? Welke politieke richting kies je? En wat is het verschil tussen wat je hardop durft te zeggen en wat je stiekem denkt? Ik geef het eerlijk toe: het maakt mij onzeker. De één zou mij een "Gutmensch" noemen, omdat ik naïef en wereldvreemd sta te preken over de bijbelse zorg voor de vreemdelingen en blijkbaar niet door heb dat ik mijn eigen cultuur te grabbel gooi. De ander verwijt mij juist mijn christelijk geloof, dat heeft bijgedragen tot eeuwen van onderdrukking en domheid, en dat maar het beste kan worden afgeschaft, samen met alle andere religies die toch ook alleen maar ellende brengen. Het lijkt wel of je het niet goed kúnt doen.

II.
Temidden van alle verwarring was daar vorige week ineens een boeiend inzicht. In het dagblad Trouw van 9 september werd de Nederlandse vertaling besproken van het nieuwste boek van de Canadese filosoof Michael Ignatieff. Het heet "Gewone deugden." In een interview naar aanleiding van dit boek neemt Ignatieff onverwacht afstand van dat grote abstracte en universele begrip van mensenrechten, en kijkt hij naar wat mensen plaatselijk doen om een morele orde in stand te houden. En dan vraagt hij zich af, "Waar halen we dat wrede idee van morele perfectie vandaan?"

Die vraag geeft me te denken. "Waar halen we dat wrede idee van morele perfectie vandaan?" Ik dacht, spontaan, uit de bijbel. "Wees dan volmaakt, gelijk uw hemelse vader volmaakt is" toch? Hoe moeilijk kan het zijn? Maar bij nader inzien denk ik: nee, het gaat in de bijbel niet om morele perfectie. Ignatieff heeft een punt; de eis tot morele perfectie is wreed. Die maakt ons onzeker, en roept juist boosheid op en een gevoel van miskenning, alsof je er niet mag zijn, er niet toe doet. Volgens mij is dat de reden van al die bozigheid in onze samenleving: mensen voelen dat ze altijd falen, hoe oprecht ze ook willen zijn, en dat ze veroordeeld worden, dat de moreel perfecten op ze neerkijken. Maar het evangelie leert ons juist, om ons te verzetten tegen zulke grote goden als morele perfectie. Het evangelie vraagt ons inderdaad te kijken naar gewone mensen, naar kleine mensen, wat zij plaatselijk doen, hun goede daden, hun tekortkomingen, om die te zien, te voelen, en niet over ze heen te walsen.

Het evangelie van vandaag is daarvan een mooi voorbeeld (Mt. 18:21-35). Er was een koning, machtig en rijk. Hij maakt de balans op. Daar is een dienaar met een schuld. Een enorme schuld. Afbetalen gaat hem nooit lukken. Dan volgt de normale procedure, hij moet als slaaf worden verkocht, dan brengt hij nog iets op. Geen familie meer, geen bezit, geen recht, geen mens-zijn. Je bent niet meer wie je was. Als slaaf ben je niemand.

Vanzelfsprekend valt deze man op z’n knieën. “Wees grootmoedig jegens mij, alles zal ik u teruggeven.” En de koning voelt bewogenheid in zijn binnenste, hij voelt het in zijn buik. Hij maakt de dienaar los, vrij, de schuld wordt kwijtgescholden. Maar is hij nou vergeven? Ik twijfel. Ja, de koning heeft hem vergeven. Maar die dienaar zelf? Hoe staat het er met hem voor?

Hij loopt naar buiten, hij is vrij! Daar, stomtoevallig: een mededienaar. Hij springt op hem af, knijpt hem zijn keel dicht. “Ik krijg geld van je, terugbetalen, nu!” En die mededienaar zegt dan precies hetzelfde als de dienaar eerst tegen zijn heer zei: “ach wees toch ruimhartig, ik zal het je terugbetalen.” Maar de dienaar voelt niks, geen gevoel in zijn buik. Alleen maar kille rechtsgang: in de gevangenis tot de schuld is afbetaald. Maar hoe kun je terugbetalen als je in de gevangenis zit? De dienaar maakt zijn mededienaar kapot door zijn kansen af te nemen, zijn mens-zijn.

Woest is de koning, als hij het hoort. “Jij rotdienaar! Jij kreeg alle ruimte, jij kreeg ontferming toen je het vroeg. Kon jij geen ontferming vinden in je lijf? Kon jij geen ruimte geven?” Met jou gaat het dus net zo: jij bent ook opgesloten, in je recht, in je genoegdoening, in je heilige morele perfectie.

Het gaat om bewogenheid. Het gaat om de relatie die ik heb met jou. De vergeving bedoelde een relatie te zijn, waarin de koning en zijn dienaarop één lijn zouden komen. Zodat de dienaar op zijn beurt weer ruimte zou geven aan anderen om mens te worden. De vergeving van de koning was er wel. Maar die had pas zin op het moment dat de dienaar zelf zijn mede-dienaar kon vergeven. Daarom denk ik: morele perfectie is wreed en waardeloos als er geen relatie is met een concreet iemand. Een relatie waarin je kunt zeggen: Ik zie jou, ik voel je, van binnen. Je raakt me.

III.
Ik moet denken aan een afbeelding, een mens in het donker, die een deur opent naar een kamer van licht. Ik bedoel een druksel van de Groninger kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman. Ik heb het hier vooraan in de kerk neergezet. "Het feest van de vergeving" - zo heet het. Gemaakt in 1943, twee jaar voor Werkman door de Duitse bezetter werd gefusilleerd in Bakkeveen. Het waren donkere oorlogsjaren; het kwam erop aan; mensen die aan de verkeerde kant stonden; mensen die aan de goede kant stonden. Grootsheid, angst, zelfopoffering. Wat viel er te vergeven? Wie waren de moreel perfecten?

Werkman maakt de dit druksel bij een verhaal. Een oud Joods verhaal uit Oost Europa, een chassidische vertelling, over de wijze en wonderbaarlijke rabbi Baäl Shem Tov, de meester van de goede naam, die leefde in de 18e eeuw. Ik ga het vertellen.

Er was een vermogend man. Hij wilde graag het goede, maar kon niet anders denken dan hij deed. Uit eerbied voor de Eeuwige, gezegend zijn Naam, liet hij een Thorarol maken, het heilige boek, zo mooi, zo kostbaar, zo oogverblindend. Een schitterend boek, maar hij kon er niet naar leven. Hij had geen oog voor zijn dienaar, eenvoudig mens, die alleen maar de psalmen had geleerd, die alleen maar die woorden wist te zeggen, ooit gesproken door koning David. En de rijke man schold de arme psalmenzegger uit. En zie - de rijke werd plotseling in de geest weggevoerd, naar ver weg, een eenzame hut. Daar moest hij verschijnen voor een rechtbank van drie strenge rechters. Één voor één kwamen ze binnen, Abraham, Isaak en Jacob.

Daar kwam de aanklager binnen, David, de koning. Nooit om felle woorden verlegen. Boos riep hij: ik eis recht voor de arme, die mijn woorden spreekt! (Morele perfectie...) De rijke man kromp ineen. Toen sprak, ineens, ter verdediging, een stem, de rabbi Baäl Shem Tov, meester van de goede naam: David, koning, heb jij nooit onrecht begaan? Weet je nog van Bathseba? Wat heb jij met Uría gedaan? Toch spreken, zingen wij jouw woorden voor de Allerhoogste, gezegend zijn Naam. En David herinnerde zich zijn psalmen, zijn eigen woorden: hoe dicht bijelkaar licht en duister zijn, vertrouwen en verlatenheid, roep om wraak en smeken om vergeving, falen en goed doen.

En de Baäl Shem Tov zong, over de macht van de boze, de nacht van God verlaten, over vertrouwen, licht, rechtvaardigheid en nieuwe toekomst. En de rijke was thuis, de deurklink in zijn hand - de deur gaat open, iedereen is er, iedereen die iemand is of was in jouw leven. Het feest der vergeving kan beginnen en alles wordt nieuw.

IV.
Gemeente - Vergeving is niet iets wat je hebt, maar de relatie die je aangaat met de ander. Een relatie waarin je de ander ziet, kent en voelt. Zoals je gekend bent door de Eeuwige, gezegend diens Naam. Velen van u hebben zelf ervaren dat je er soms een leven voor nodig hebt, om een ander te begrijpen en te voelen; dat je fouten maakt, en fouten màg maken; dat het soms pijn doet, dat je door verdriet en gekwetstheid heengaat. Maar dat weegt toch op tegen dat wrede streven naar morele perfectie dat als een loden last van het eigen gelijk op mensen gelegd wordt, zodat het ze naar de keel grijpt en verstikt, zoals de dienaar deed met de mededienaar.

Ik zou wensen en bidden dat de woorden wáár zijn die we straks gaan zingen, die ik als thema aan deze viering heb meegegeven, de woorden van Michaël Steehouder:

"Als ik spreek tot wie, tot jou
laten mijn woorden zegen zijn,
dat zij weerloos en bescheiden
vol waardering zijn."

Zeg 'Amen'- zo moge het zijn

Amen!

 
10 september (Jona, Mattheüs 8:5-13) - ds. Hans Katerberg Afdrukken

Lieve mèenschen van God,

 

hebt jullie wal ies heurd van GBH? Ja, GBH.

Nee, ik bedoel niet GHB. GHB is een gevaorlijke partydrug,

die zie stiekem deur draankies mengt um de wichter makkelijk in bedde te kriegen.

Net aansum dus: GBH. Het is een soort van virus waor veul volk last van hef.

Een virus dat der alles an döt um je rond um de kop baos te worden,

en dat, ás hum dat lukt, hiel veul kapot mak: hiel het leven en samenleven.

IJ wilt vast wal weten wat het betiekent, GBH.

Non, GBH betiekent: Gien Bosschup Hebben.

Gien bosschup hebben an de ellende van aander mèenschen.

Gien bosschup hebben, veural an de nood van vrömd volk.

Dat möt zukzölf maor redden bij lu die lied an GBH.

Lees meer...
 
3 september 2017 (Jacobus 5) - ds. Jan Bos Afdrukken

Lieve mensen van de Jacobuskerk, gasten, gemeente van Jezus Christus,

1) Oogst

Jacobus heeft ons wel bezig gehouden de afgelopen weken!

Op 5 maandagen en zondagen hebben we ons verdiept in de 5 hoofdstukken van zijn brief aan de verschillende nieuwe christelijke gemeenten 'in de verstrooiing".

Een pittige brief met ruige teksten, die soms wat als los zand aan elkaar geschreven leken.

 

Vandaag in het 5e hoofdstuk ronden we deze serie af.

Ik hoop dat u er iets aan hebt gehad.

Dat het vruchten heeft opgeleverd.

Dat er een kleine oogst was.

Lees meer...
 
27 augustus 2017 (Jacobus 4) - ds. Jan Bos Afdrukken

Lieve mensen van de Jacobuskerk, gasten, gemeente van onze Heer Jezus Christus,

1) Drie thema's

Jacobus gaat vanmorgen weer flink tekeer tegen de mensen aan wie hij schrijft.

Op het eerste gehoor is het niet best gesteld met de mensen die hij aanspreekt in zijn brief.

Hij vindt ze jaloers, moordlustig, hoogmoedig en hij waarschuwt voor oordelen over elkaar en kwaadspreken.

Lees meer...
 
« StartVorige12345678910VolgendeEinde »

Pagina 1 van 13